5-10 KMGegarandeerd OnregelmatigStadswandelingWandelen in DelflandZuid-Holland

Wandelen in Delfland – Delft Centrum – De stad Delft oud en nieuw

Door 4 augustus 2019 Geen berichten
KIJK ROND IN

DE ORANJESTAD DELFT

Delfts Blauw, de Oranjestad en Johannes Vermeer

DELFT IS AFGELEID VAN ‘DELF’ WAT HET GEDOLVEN KANAAL DAT DE SCHIE TEN ZUIDEN VAN DELFT VERBINDT MET DE VLIET TEN NOORDEN, BETEKENT. IN 11246 GAF DE GRAAF VAN HOLLAND EEN AANTAL PRIVILILEGES WAARDOOR DE STAD DELFT KON ONTSTAAN. DE NAAM EN FAAM VAN DELFT WORDT MET NAME GEDRAGEN DOOR ET PLATEELAARDEWERK (DELFTS BLAUW), DELFT ALS ORANJESTAD, DE 17E EEUWSE SCHILDER JOHANNES VERMEER EN DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT. DIT ALLES WORDT DOOR HET STADSBESTUUR SAMENGEVAT IN DE LEUZE: CREATING HISTORY.

Met de stad Delft maakte ik kennis jaren geleden toen ik het Groene Hartpad liep en twee keer deze plaats aandeed. En wat is er veel veranderd, natuurlijk de oude binnenstad is nog hetzelfde met historie en prachtige oude gebouwen en pleinen. Maar rond het station, daar is een compleet nieuw Delft ontstaan. De spoorlijn op palen die de stad in tweeën deelde is vervangen door een tunnel waardoor je niets meer van de treinen in het centrum ziet. Daarvoor in de plaats een grote groene ruimte en een prachtig station in, hoe kan het anders, de kleuren wit en Delfts Blauw.

De nieuwe kerk, het stadhuis, Vermeer, de grachten, de Oostpoort, het Prinsenhof en Molen de Roos, allemaal prachtig om langs de lopen en de sfeer te proeven van lang geleden toen Vermeer hier het stadsbeeld schilderde. Maar het is er vooral gezellig met overal kleine en gevarieerde winkeltjes, eettentjes en terrasjes. Een mooie wandeling om mee te beginnen, uit de gids van Gegarandeerd Onregelmatig Wandelen in Delfland.

Naast de drukte van de stad met de vele toeristen wandel je ook door de kleine hofjes die een oase van rust zijn in de drukke stad. Zoals het Prinsenhof waar Willem van Oranje leefde, het Klaeuwshofje ontzetttend knus en besloten en het Hofje van Pauw, nog knusser, sfeervol en waar je via een nauw straatje weer uitloopt.

Spoortunnel

Doordat het viaduct naar Den Haag verhoogd op pylonen lagen voor veel geluidsoverlast zorgde, is er een spoortunnel aangelegd. Hiermee is de tweedeling van de stad ten einde en wordt het bovengebied ontwikkeld. Hierdoor ontstaat een ‘nieuw’ Delft. Het nieuwe station heeft in de stijl van Delft en refererend aan de historie van de stad, een bijzonder plafond in blauw en wit gebaseerd op een historische plattegrond van Delft van rond 1876.

Molen De Roos

De Roos is de laatst overgebleven molen van de vijftien windmolens die ooit hebben gestaan op de stadswallen van de stad Delft. De molen doet dienst als korenmolen en draait geregeld. In verband met de aanleg van de spoortunnel werd in december 2009 De Roos voor de periode van de constructie van de tunnel overgedragen aan ProRail. In eerste instantie werd de fundering van de molen versterkt in de vorm van een gewapend betonnen plaat onder de molen en zijn aanbouw. Deze betonnen plaat werd gedragen door 45 stalen palen (vijzels). Op 4 juli 2012 werd de molen met het molenaarshuis een meter opgevijzeld om tunnelbouw mogelijk te maken. Hierna werd de grond onder de betonnen plaat verwijderd en de draagconstructie van de tunnel (in feite het dak van de tunnel) aangebracht. Op 12 december 2012 werd de molen weer neergelaten en staat sindsdien op het dak van de tunnel. In 2013 werden de tijdelijk verwijderde wieken van de molen weer aangebracht en 4 september 2013 kreeg Vereniging De Hollandsche Molen, eigenaar sinds 1926, de molen weer onder haar beheer.

Het Prinsenhof

Het Sint-Agathaklooster is een voormalig klooster aan het Sint Agathaplein in de stad Delft, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Tegenwoordig is in het complex Museum Prinsenhof Delft gevestigd. Het complex behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1990. Het overige gedeelte van de gebouwen werd ingericht als hof van Prins Willem van Oranje, die van 1572 tot 1584 regelmatig in het Sint-Agathaklooster verbleef. Daardoor staat het sindsdien bekend als ‘Het Prinsenhof’. In 1584 werd hij in het Prinsenhof vermoord door Balthasar Gerards. Op de plek waar dit is gebeurd zijn de kogelgaten nog altijd te zien in de muur. Deze kogelgaten waren erg klein. hierdoor waren bezoekers vaak erg teleurgesteld. Bram van der Haeren had toen bedacht om de kogelgaten groter te maken.

In 1657 werd het Prinsenhof gedeeltelijk ingericht als lakenhal. Van 1775 tot 1807 was er de Latijnse school van Delft gevestigd. Het kloostercomplex werd tussen 1932 en 1951 gerestaureerd tot een stedelijk museum.

De Oude Kerk

De Oude Kerk, ook de Oude Jan of Scheve Jan genoemd, is een van de twee grote oude kerken in Delft, de andere grote oude kerk in Delft is de Nieuwe Kerk. De Oude Kerk dateert uit 1246 en is de oudste kerk van Delft. Karakteristiek aan de Oude Kerk is de scheefgezakte toren.

Omdat er vóór de bestaande kerk eigenlijk geen ruimte was om de toren te bouwen, heeft men waarschijnlijk het water van de Oude Delft op die plaats omgelegd om ruimte te creëren. De toren is vervolgens half op een zandrug en half op de gedempte gracht gebouwd. Door inklinking van de grond ter plaatse van de gedempte gracht begon de toren al tijdens de bouw scheef te zakken. In de toren is een knik te zien, doordat men recht verder heeft gebouwd, op een scheve basis. Door de eeuwen heen heeft de scheve toren menig stedeling verontrust. In 1843 besloot de ‘Raad der stad Delft’, uit angst voor instortingsgevaar, dat de toren tot aan het dak van de kerk moest worden gesloopt. Lokale aannemers hebben toen kunnen voorkomen dat dit besluit daadwerkelijk werd uitgevoerd. De 75 meter hoge toren staat tegenwoordig 1,96 meter uit het lood. De toren stond tot en met juli 2018 in de steigers vanwege renovatie en versterkingswerkzaamheden. Doordat de steigers volledig om de toren waren opgesteld, was de klok van de toren niet meer zichtbaar. ’s Avonds en ’s nachts werd er vanaf het dak van de kerk een klok geprojecteerd op de toren.

De Oostpoort

De Oostpoort is de enig overgebleven stadspoort van de stad Delft. De poort werd rond 1400 gebouwd, de torens werden in de 16e eeuw verhoogd. De Oostpoort bestaat uit een landpoort en een waterpoort die met elkaar zijn verbonden door resten van een stadsmuur. Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als woning en kunstgalerij. De naastgelegen Oostpoortbrug dateert uit 1514 en is net als de poort zelf ook een rijksmonument.

De Nieuwe Kerk

De Nieuwe Kerk in de stad Delft is een kerkgebouw aan de Markt in het centrum van de stad. De toren is met 108,75 meter na de Domtoren in Utrecht de hoogste kerktoren van Nederland. De kerk is verder bekend vanwege het Praalgraf van Willem van Oranje. Onder het praalgraf bevindt zich de grafkelder van Oranje-Nassau, de grafkelder van het Koninklijk Huis.

De Oranjes waren voor de Tachtigjarige Oorlog de belangrijkste machthebbers in de Nederlanden en hadden als vestigingsplaats Breda. Omdat bij de dood van Willem van Oranje in 1584 Breda in handen van de Spanjaarden was, moest een andere begraafplaats voor hem worden gevonden. Omdat hij zijn residentie had in Delft, werd de Nieuwe Kerk in Delft uitgekozen als rustplaats voor Van Oranje. Daar is hij bijgezet. Daarna heeft men een praalgraf, dat in 1623 gereed was, boven zijn graf doen laten verrijzen. Ontwerp en uitvoering ervan waren in handen van de befaamde architect en beeldhouwer Hendrick de Keyser. Opdracht tot de bouw ervan werd door de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden gegeven en het monument is nog steeds eigendom van de Staat, beheerd door de Rijksgebouwendienst.

De meeste voorouders van Willem van Oranje liggen in de Grote kerk in Breda begraven, maar na Willem van Oranje zijn nog 45 leden van het Huis van Oranje en het Huis van Oranje-Nassau in de grafkelder van Oranje-Nassau bijgezet. De grafkelder is daartoe flink uitgebreid en bestaat nu uit een kleine kelder en een grote kelder.

Het Stadhuis

De eerste bouw van het stadhuis dateert van 1200. In 1400 werd het her- of verbouwd. Het gebouw overleefde de grote stadsbrand van 1536, maar op 4 maart 1618 brandde het stadhuis af. Daarna werd het naar een ontwerp van Hendrick de Keyser in 1618-1620 herbouwd rondom het oudste gebouw dat Delft tegenwoordig nog heeft: een belfort genaamd het Oude Steen. In de loop der tijd werd het stadhuis aangepast. Daarbij moest de dubbele trap naar de hoofdingang wijken, werd de hoofdingang ten koste van twee vensters verbreed, en verdwenen de luiken en de glas-in-loodramen. In de twintigste eeuw werd het stadhuis gerestaureerd onder leiding van architect Jo Kruger, en is nu weer in de staat van het ontwerp van Hendrick de Keyser. Het stadhuis is een voorbeeld van de Hollandse renaissancestijl.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: