Nationaal Park De Meinweg, de Roer en de IJzeren Rijn
Je wandelt op de grens van Duitsland en Nederland langs de mooi Rothenbach, die prachtig door het landschap kronkelt. Maar ook langs het riviertje de Roer waarin de Rothenbach vlakbij Vlodrop uitmondt. De Roer is wat breder maar meandert ook mooi richting Herkenbosch waar je kasteel Daelenbroeck kunt bewonderen. De twee vierkante torens steken mooi boven het kasteel uit in een landschap dat ligt op een Maasterras op 30 meter boven NAP. De route gaat verder naar natuurgebied Turfkoelen en iets later over het tracé van de IJzeren Rijn, een voormalige treinverbinding tussen de haven van Antwerpen en het Rurhgebied. Station Vlodrop herinnert hier nog aan, het is grotendeels ontmanteld. Tenslotte loop je via het natte gebied van de Helpensteiner Bach weer naar de kronkelende Rothenbach.

Wat een fantastische wandeling die alles in zich heeft: bos, heide, watermolens, beken, rivier, bevers, steilwanden, natte gebieden, hoogteverschillen, het hield niet op. Op verzoek van Rutger Burgers loop ik de ontwerproute voor een nieuw Trage Tocht rond Vlodrop. Het is een zeer gevarieerde en afwisselende wandeling waar ik van elke meter heb genoten. En dat bijna 19 kilometer lang met maar 100 meter verharde weg, waar vindt je dat nog. Het advies zal zijn: ‘Niets meer aan doen, beschrijven en publiceren op de wandelzoekpagina.’
De Rothenbach en de Dalheimermolen
De Rothenbach of Rode Beek is een kleine beek die bij Etsberg in de Roer uitmondt. Ze loopt door Duitsland met het laatste stuk door Nederland. In Nederland loopt de beek door de natuur van Nationaal Park De Meinweg en in Duitsland door het aangrenzende Maas-Schwalm-Nette Naturpark. In Nederland heeft deze beek twee watermolens die gebruikmaken van haar water, de Vlodroppermolen vlak bij de monding in de Roer en de Gitstappermolen.
De Dalheimer Mühle aan de Rothenbach wordt al genoemd in een perkamenten ‘Kaufurkunde’ uit 1231 en zou daarmee de oudste watermolen kunnen zijn tussen de Maas en de Rijn. Tot 1802 diende de molen als een bron van inkomsten voor het nabijgelegen cisterciënzerklooster ‘Himmelstal’, waarvan de laatste aristocratische abdis het gebouw in 1775 volledig liet renoveren. Dit blijkt uit het wapen boven de ingang van het molenhuis. Na de verplichte ontbinding van het klooster was de molen eigendom van verschillende molenaarsfamilies, die aan het eind van de 19e eeuw naast de molen een gasthuis ‘Waldesruh’ met eten en accommodatie leidden.
‘Langs prachtige eiken, het lijken wel wodanseiken, loop je over de hoge steilrand met onder je de sterk kronkelende Rothenbach. Het uitzicht op de beek benenden is bijzonder. Het is een groot wirwar aan stroompjes en vormt een dicht netwerk van watergangen. Het smalle paadje slingert door het bos.’


Landweer
Net over de grens bij Etsberg bij Vlodrop en na de Effelder Waldsee ligt aan de Nederlandse kant van het pad een landweer. Vlakbij zie in de verte het gebouw van eeuwenoude Gitstappermolen boven de akkers uit. Aan de Duitse kant is het uitzicht beperkt tot een hoge, met braamstruiken begroeide berm en daarachter bos. Die berm is alles wat hier nog resteert van de landweer die ooit werd aangelegd rond het hertogdom Jülich. Het wordt bestempeld als een archeologisch monument van de gemeente Wassenberg.

De Roer en de loungebank aan de Roer
De Roer is ongeveer 165 kilometer lang, waarvan 21,5 kilometer nog mooi meanderend door Nederlands grondgebied stroomt. Ter hoogte van Vlodrop bereikt de rivier Nederlands grondgebied. Ze meandert via Herkenbosch, Melick en Sint Odiliënberg naar het noordwesten en mondt bijj Roermond via een kleine delta uit in de Maas. Het Roerdal is het woongebied van ijsvogels, bevers en bijzondere libellen. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was de Roer sterk vervuild door het spoelwater van de vele Duitse steenkoolmijnen. Maar door rioolzuivering is het water nu zo schoon dat er forellen en meer dan 30 soorten vissen terug zijn. Na een afwezigheid van 125 jaar is in 2006 zelfs de zalm weer teruggekeerd in de Roer.
Op de wandeling zie je langs de Roer een onverwachte loungebank in een verscholen bocht van de rivier. De Roer krijgt hier de vrije loop door het vlakke landschap en zittend op de loungebank kun je even genieten van de mooie rivier. Het is een van de geluksplekken die hier bij Vlodrop worden genoemd als bijzondere plekjes om te vertoeven.
‘De Roer is wat breder en stroomt wat sneller. De paden langs het riviertje zijn glibberig en de Roer buigt in een grote bocht van me af. Het uitzicht is mooi en wat later kom je weer bij de randen van de Roer waar het pad dicht langs het water loopt. Het kabbelt soms af door de stroming. Ik zie een stam in het water vastzitten aan een kant van het water en een een bever probeert de stam los te krijgen. Verderop ligt een wiel ontstaan door een dijkdoorbraak met mooie knotwilgen, ganzen, zilverreigers en zwanen. Het landschap is open met kleine, oude landbouwpercelen omringd door hoge populieren.’


Kasteel Daelenbroeck
Het kasteel werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1326 en kort voor die tijd moet het zijn gebouwd. Godfried van Heinsberg, de Gulikse leenheer van Wassenberg, besloot in 1311 in het moerassig gebied van het Roerdal een woon- en jachtslot te bouwen. In de loop van de jaren is dit slot in handen van verschillende edellieden geweest, die er allen op hun eigen manier hun stempel op drukten. Het kasteel vormde de kern van de heerlijkheid Dalenbroek. Een keerpunt was echter de Tachtigjarige Oorlog. In 1598 werd het kasteel belegerd en dit betekende het begin van de ondergang van de hoofdburcht. Vanaf de jaren ’90 van de 20e eeuw werd het kasteel, waarvan slechts de voorburcht in gebruik was, volledig bouwkundig en archeologisch onderzocht en werd op basis van onder andere een 18e-eeuwse tekening een nieuwe hoofdburcht gebouwd, met de nog aanwezige elementen van de middeleeuwse burcht erin verwerkt.
‘Over een nattige oude landweg zie je schuifsporen van de bever. Stammen van wilgen die zijn aangevreten door de bever worden nu beschermd door gaas. De bever moet worden gestuit in zijn opmars, zo lijkt het. Links van me het kasteel met de charmante toren. Hier worden veel bruiloften afgesloten en feesten gevierd door jonge koppeltjes. Ik snap het, het is een romantisch plekje net ten zuiden van Herkenbosch.’

Turfkoelen
Turfkoelen is een natuurgebied ten oosten van Herkenbosch met een ven dat is gelegen in een oude meander van de Roer. Hetet broekbos en het hoger gelegen naaldbos is in bezit van de stichting Het Limburgs Landschap. Tot omstreeks 1850 werd in het ven turf gewonnen. Tot in de 20e eeuw was het ven in bezit van Geraedts-Laumans, een familie van houthandelaren. Vandaar dat het ven ook wel Laumansven wordt genoemd. In het ven dat is omringd door moerasbos komen tal van bijzondere soorten voor.
‘Het is een nat gebied, links en rechts van me natte gronden met omgevallen stammen en struiken die met hun voeten in het water staan. Iets verder knaagsporen van de bever, wat een bijtkracht hebben deze dieren.’


IJzeren Rijn
Aan de rand van bosrijke deel van de Meinweg wordt een gedeelte van de IJzeren Rijn gevolgd, een buiten gebruik geraakte spoorlijn. Aanvankelijk was het de bedoeling een kanaal te graven. Later gaf men de voorkeur aan een spoorlijn, vandaar de naam IJzeren Rijn die tussen de haven van Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied ligt. Het stuk werd in de vorige eeuwen gebruikt voor goederenvervoer. Maar, het deel van Roermond tot de Duitse grens bij Vlodrop is sinds 1991 niet meer in gebruik. In 1999 vroeg België aan Nederland om de IJzeren Rijn weer in gebruik te nemen. In diezelfde periode begon Nederland met de aanleg van de Betuwelijn tussen Rotterdam en Duitsland. Boze tongen beweerden dat Nederland de IJzeren Rijn bewust blokkeerde om de concurrentiepositie van Rotterdam te behouden. Daar staat tegenover dat België zelf de IJzeren Rijn heeft laten verlopen. Het IJzeren Rijnverdrag van 1973 voorzag in een concessie van 99 jaar. België heeft dit niet verlengd in 1972 en bovendien de spoorlijn verkocht aan Nederland. Daarnaast loopt een deel van het Nederlandse traject inmiddels door een natuurgebied.
‘De eens belangrijke spoorverbinding ligt er triest bij. De bielzen zijn verroest en op de onverharde overgang midden in de Meinweg zijn de bielzen met rails weggehaald. Het hoge talud valt op en het moet een ontzettend werk zijn geweest om dit traject aan te leggen.’

Nationaal Park de Meinweg
Nationaal Park De Meinweg is een nationaal park ten oosten van Roermond en wordt langs drie zijden omsloten door Duitsland. De Meinweg bestaat uit een voor Nederland uiterst zeldzaam terrassenlandschap met steile overgangen tussen deze terrassen. Het hoogste punt in het gebied is het Wolfsplateau met circa 80 meter boven NAP. Dit unieke landschap is in de loop van tienduizend jaren ontstaan door inschuring van het water van de Maas en Rijn in combinatie met drie breukvlakken in de aarde die door het nationaal park lopen waaronder de Peelrandbreuk. De naam ‘Meinweg’ is ontstaan uit het Keltische woord ‘gemeyne’, wat ‘gemeenschappelijk’ of ‘samen’ betekent. De mensen gebruikten het gebied voor het kappen van bomen, verzamelden strooisel voor de stallen, maaiden, plagden en brandden de heide. Vele jaren werd er meer uit het gebied gehaald dan dat er in werd gebracht. Dat leidde ertoe, dat de eiken- en beukenbossen verdwenen en er alleen kale heide overbleef.
‘Ik wandel over oude zandwegen door de Meinweg. Uitgestrekte bossen maar ook hele mooie heidevelden die hier mooi glooiend tegen de hellingen liggen. Een eenzame berk en naaldboom staan midden in het heideveld. Mijn bereik van mijn telefoon valt weg, ik ben in Duitsland.’


Vlodrop Station
Vlodrop-Station is een buurtschap gelegen in het bosrijke Nationaal Park De Meinweg en ligt ongeveer vijf kilometer ten oosten van het dorp Vlodrop in de gemeente Roerdalen in de provincie Limburg. Het is het gebied rondom het voormalige emplacement van de grensspoorweg en de weg ernaartoe, de Stationsweg. Vlodrop-Station dankt haar naam aan het voormalige station Vlodrop aan de spoorlijn Antwerpen-Mönchengladbach. Het tracé staat bekend onder de naam IJzeren Rijn, het verbond vroeger België met het Ruhrgebied. Het station werd geopend in 1879 en voor personenverkeer gesloten in 1944. Het tracé is in gebruik gebleven tot begin jaren ’80. De laatste trein reed er in 1991. Het stationsgebouw werd in 1879 gebouwd, samen met een aantal andere gebouwen. In 1885 werd een locloods gebouwd en in 1905 bouwde Staatsspoorwegen nog enkele woningen. In 1944 raakte het station beschadigd door oorlogshandelingen. Het werd niet meer hersteld, maar in de loop van jaren stapsgewijze afgebroken, het laatste deel in 1973.
‘Bij het verlaten station is het een drukte door mountainbikers en paardrijders. Ook het café van Kempen met opschrift ‘Bitte ein Bit’ is verlaten, door corona maar ook door de verlaten plek. Niets is meer over van het station aan de IJzeren Rijn. Ik kom een volger van Hare Krishna tegen die me in het Engels groet, het centrum is hier vlakbij waar de beweging zijn hoofdzetel heeft. Op een klein weiland aan de rand van het hoge talud van de vervallen spoorlijn loopt een kudden Drentse heideschapen. Een beetje verdwaald lijkt me, hier in het Limburgse land.’

‘Ook bij hotel Sint Ludwig is het verlaten, een imposant beeld staat langs het hotel met daaronder de tekst: ‘Wie had er ooit gedacht, dat op zijn oude dag, Sankt Ludwig nog uit wandelen ging, ‘t is daarom dat ik met basalien klank zijn stenen lijf bezing. Geen passant kan meer verder, hij blijft vertederd staan, Sankt Ludwig grijnst voller dan de maan, hij heeft ook drie sterren als de herder van dit schaap, dat zo zacht zijn liedje blaast.”

Helpensteiner Bach
Tussen Wildenrath en Dalheim-Rödgen stroomt de Helpensteiner Bach, die nog grotendeels vrij meandert, door het 156 hectare grote noordelijke deel van het natuurgebied. Aan de oevers ligt een vochtig elzenbos dat eruitziet als een oerbos.

Effelder Waldsee
Vlakbij de Rothenbach bij Effeld en tegen de Duits-Nederlandse grens aan ligt de Effelder Waldsee. De door grindwinning ontstane Effelder Waldsee is een 45 ha groot recreatiegebied. In de steilwanden van de plas broedt de ijsvogel en langs de oever broeden grauwe ganzen en aalscholvers bezoeken de plas om er te vissen te vangen.
‘Ik loop met links de Effelder Waldsee en rechts de Rothenbach op een verhoogd tallud. De beek kronkelt door het landschap en verderop net voor Vlodrop zit in een boomgaard een kleine bonte specht die tikt op een fruitboom.’

Vlodrop
Vlodrop, in het Limburgs Vlórp, is een kerkdorp langs de rivier de Roer, aan de Duitse grens tussen Roermond en Heinsberg. De naam Vlodrop is ontstaan uit Flodorp zoals in de plaatsnaam Geldrop. Vlodrop heeft een lange geschiedenis. De plaats werd voor het eerst in een oorkonde genoemd in het jaar 943. De eerste bekende heer van Vlodrop was Reinier van Flodrop, grootvazal van Gelder, die omstreeks 1290 leefde. Vlodrop ligt in de Roerdalslenk en op het middenterras van de Maas, op een hoogte van ongeveer 30 meter. De kern ligt direct ten westen van de Roer.







































Mooie foto’s en teksten over Vlodrop
Dank je Pieter, het is een prachtige omgeving.