10-15 KMLimburgTrage tochten

Trage Tocht Stevensweert – Wandelen langs indrukwekkende beversporen

Door 31 december 2020 Geen berichten

Trage Tocht Stevensweert

Stevensweert

Trage Tocht Stevensweert

Beversporen

Trage Tocht Stevensweert

Grenssteen bij de Grensmaas

Trage Tocht Stevensweert

Ohé en Laak

Trage Tocht Stevensweert

Uitkijktoren bij kasteel Walburg

Trage Tocht Stevensweert

Hompesche Molen

Trage Tocht Stevensweert

De wandeling start in de oude vesting van Stevensweert waarna je in het gebied van de Maasplassen over graspaden en -dijkjes langs jong ooibos loopt. Voorbij de jachthaven van Ohé en Laak leidt een smal paadje naar de hoge oever van de Maas. Met een ruime bocht volg je het struinpad langs de rivier stroomafwaarts, tot voorbij het pontje naar België. Daarna wandel je over onverharde weggetjes naar de indrukwekkende Hompesche Molen en terug naar Stevensweert volgt nog een leuk onverharde paadje door de uiterwaard.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij beversporen

De wandeling laat een uniek stukje Nederland zien. Het gebied is een wirwar aan water met de Grensmaas, het Julianakanaal en de vele grindplassen. Je wandelt dicht langs de oevers van de nu snelstromende Grensmaas, runderen grazen rustig om je heen en overal beversporen. Onvoorstelbaar wat de bijtkracht van deze beesten is, een dikke wilg is geen enkele partij voor deze bijters. De rustige Limburgse plaatsjes Ohé en Laak en Stevensweert zijn typisch Limburgs, katholiek met de kerk in het middelpunt en een oud marktplein met vele kroegen erom heen. Deze Trage Tocht is er eentje om in te lijsten.

Stevensweert

Stevensweert ligt samen met Ohé en Laak op een eiland dat door twee (voormalige) armen van de rivier de Maas gevormd wordt, het ‘Eiland in de Maas’. De hoofdstroom van de rivier, waaraan Stevensweert ligt, vormt hier de natuurlijke markering van de grens met België en wordt daarom ook wel Grensmaas genoemd. De andere arm is de Oude Maas. Tegenwoordig is dat eiland niet alleen door de Oude Maas, maar ook door het Julianakanaal, min of meer afgesloten van het vasteland, al zijn er bruggen. Ten noorden en ten oosten van Stevensweert zijn er bovendien in de tweede helft van de 20e eeuw plassen ontstaan ten gevolge van grindwinning. Een deel van Stevensweert is een beschermd dorpsgezicht. De vesting is in 1633 – tijdens de Tachtigjarige Oorlog – door de Spanjaarden gesticht. Het stratenplan herinnert aan de tijden van de versterking, als spaken in een wiel lopen de straten naar het middelpunt. De vestingwerken zijn nog in het stratenpatroon van het stadje te herkennen.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de kapel

Grensmaas

De Grensmaas is het onbevaarbare deel van de Maas vanaf Maastricht en Smeermaas stroomafwaarts, is ongeveer 47 kilometer lang en vormt sinds 1839 de grens tussen België en Nederland. Mede omwille van haar functie als landsgrens bleef de Maas en zijn vallei een natuurrijk gebied: een gevarieerd landschap met een wirwar van oude rivierarmen, oeverwallen, stroomgeulen en grindbanken. Als regenrivier wordt de Grensmaas geregeld bedreigd door overstromingen. De Grensmaas moet de komende jaren een volledig ander uitzicht krijgen door de uitvoering van het ‘Project Grensmaas’ aan de Nederlandse en de Belgische kant: hoogwaterbeveiliging en rivierherstel staan hierbij voorop, die kunnen worden bereikt door een combinatie van ontgrinding en natuurontwikkeling.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de Grensmaas

Hompesche Molen

De Hompesche Molen is een achttiende-eeuwse stellingmolen vlak bij de Maasplassen met een wiekhoogte van bijna 37 meter hoog en daarmee de hoogste van Limburg. Vanaf 1719 was de heerlijkheid Stevensweert in handen van graaf Reinier Vincent van Hompesch. Deze wilde een eigen banmolen, waarin de bewoners van Stevensweert (en het destijds bijbehorende dorp Ohé) verplicht waren hun granen te malen, zodat de graaf een deel van de opbrengsten kon opeisen. Er was reeds een molen aanwezig, maar deze was militair bezit. De nieuwe molen werd tussen 1721 en 1722 gebouwd. De molen telt maar liefst acht verdiepingen, in molentermen zolders genaamd, inclusief het souterrain dat vroeger ook wel als gevangenis werd gebruikt.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de Hompese Molen

Sint Annakapel

De oude Sint Annakapel dateert van voor 1831. Deze werd in januari 1896 afgebroken vanwege haar ongunstige ligging en een nieuwe kapel werd gebouwd op de huidige plaats. Het gebouw was klaar en werd ingezegend op 26 juli 1896, de feestdag van Sint Anna. Daaronder kun je in hardsteen tekst lezen: ‘De weidoeners hebben met milde vrijgevigheid blijde kapel gebouwd ter ere van Sint Anna’.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de Sint Annakapel in Ohé en Laak

Maasplassen

De Maasplassen zijn kunstmatige meren aan de Maas in het Limburgse Maasland. Hun gezamenlijke oppervlakte bedraagt ongeveer 30 km². De Maasplassen zijn grindgaten, ze ontstonden door de winning van grind dat er voorkomt dankzij afzetting door de Maas. Grindwinning aan de Maas begon al in de 19e eeuw, na de Tweede Wereldoorlog begonnen ondernemingen de uiterwaarden grootschalig af te graven. Na 1990 is de grindwinning afgebouwd, al wordt er nog op enkele plaatsen grind gedolven. Hierdoor zijn op het eiland verschillende plassen ontstaan, waaronder de Dilkensplas, de Schroevendaalse plas, de Teggerse plas en het meest recent de Molenplas.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de Molenplas

Kasteel Walburg

Kasteel Walburg was een kasteel in Ohé en Laak vlak langs de oever van de Maas. Omstreeks 1632 werd dit kasteel gebouwd door Graaf Herman Frederik Van den Bergh, nadat het oorspronkelijke Kasteel Stevensweert in 1633 binnen de vestingwerken van Stevensweert kwam te liggen. In 1719 werd het kasteel door Graaf Reinier Vincent van Hompesch verder uitgebouwd tot een luxueus verblijf met tuinen en een boerderij. Deze graaf kocht het kasteel, en tevens de heerlijkheden Stevensweert en Ohé en Laak, van de toenmalige eigenaar, Graaf Philips Willem Frans van Limburg Stirum. Het bestond uit drie vleugels, geplaatst in een U-vorm, en omvatte onder meer een stal voor 24 paarden. Na 1914, toen de laatste bewoner overleed, raakte het kasteel in verval en werd het na de Tweede Wereldoorlog een ruïne, waarvan de laatste overblijfselen in 1992 werden gesloopt. Alleen een kelder is bewaard gebleven. De stenen van de ruïne zijn hergebruikt in feestzaal ‘de Ruïne’, behorende bij ‘Cafe Bongaarts’. Vanaf een 10 meter hoge uitkijktoren heb je een mooi uitzicht over het hele terrein en de vlakbij gelegen Grensmaas.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij kasteel Walburg
Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij kasteel Walburg

Ohé en Laak

De woonplaats omvat eigenlijk twee afzonderlijke kernen, Ohé en Laak, maar vormen samen van oudsher één gemeenschap. Ohé zou afkomstig zijn van ‘oë, wat een vruchtbaar stuk grond aan een rivier betekent. Laak bestaat geheel uit lintbebouwing, gelegen langs een weg die evenwijdig aan de Maas loopt. Aan de rand van het dorp ligt Kasteel Het Geudje (Limburgs ’t Gäötje (= het goedje)), ook wel Huis Hasselholt genaamd. Het kasteel bestaat uit een tweelaags hoofdgebouw met een lagere uitbouw aan de noordzijde en dit geheel is voorzien van een zadeldak op een netgewelf. Aansluitend op het hoofdgebouw en de uitbouw staat een achthoekige toren met torenspits. Het hoofdgebouw is opgetrokken uit mergelsteen.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert in Ohé en Laak
Wandeling over Trage Tocht Stevensweert

Geleenbeek en Molenplas

De Geleenbeek (oorspronkelijk (de) Geleen genoemd) is een beek die onderdeel is van het stroomgebied van de Maas. Via een voormalige oude Maastak stroomde de beek vroeger dan ook als oude Maas ten westen van het ‘Eiland in de Maas’ om ten noorden van de buurtschap Brand bij Stevensweert in de Maas uit te monden. Momenteel stroomt de beek ten noorden van Ohé en Laak via de voormalige grindplassen, waaronder de grote Molenplas, naar de Maas.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij de Molenplas

Bevers

Tijdens de wandeling zie je langs de grindplassen op meerdere plekken sporen van de bever. Met hun tanden bijten ze complete bomen om. Het is het grootste knaagdier van Europa en een van de grootste knaagdieren ter wereld. Bevers spelen een sleutelrol langs rivieren en beken. Zij nemen het natuurlijke onderhoud van oevers voor hun rekening. Ze kangen complete bomen om, om er van te eten, om er beken mee af te dammen of om burchten mee te bouwen. Zo houden ze de boomgroei in toom, maken ze open plekken waar weer planten en bloemen kunnen groeien en zorgen voor grote hoeveelheden klinkhout, een verzamelnaam voor al het dode hout langs en in de rivier.

Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij beversporen
Wandeling over Trage Tocht Stevensweert bij beversporen

Overzichtskaart

Foto's van deze wandeling

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: