Peerkepad – Neerkreiel-Neeroeteren
Wandelen naar de Solterheide
Kenmerken
Lengte: 17 kilometer
Startpunt: Neerkreiel
Eindpunt: Neeroeteren
Landschap: Bos, heide en boerenland
Peerkepad - Neerkreiel-Neeroeteren
Wandelen naar de Solterheide
De route laat verschillende soorten landschappen zien. Met de Abeek en de Zuid-Willemsvaart als leidraad voor het begin van de wandeling kom je in tussenstop Bree. De Abeek laat heel veel sporen van bevers zien en de Zuid-Willemsvaart lijkt doelloos in het landschap te liggen waar alleen nog pleziervaart gebruik van maakt. De machtige kerk in Bree is het centrum van deze regionaal belangrijke plaats. Echt Belgisch en door de drukte in het lokale café lijkt het wel alsof hier niemand werkt. Hierna veranderd het landschap waar je tussen akkers en weilanden over mooie veldwegen loopt. Wegkruizen markeren kruispunten waarna twee beekdalen, van de Itterbeek en van de Bosbeek, het landschap bepalen. Hiertussen loop je langs lange bosranden richting Neeroeteren. Smalle, knusse paadjes afgewisseld met bospaden leiden je langs de beken. Onderweg watermolens en kleine plaatsjes als Opitter waar het leven stil lijkt te staan. De etappe eindigt al met al op een hoger plateau, de Kempen, waar het uitzicht over het lagere land vaak wijds is. Een mooie etappe van het Peerkepad waarvan ik in 2015 de Nederlandse etappes liep na het overlijden van mijn moeder. Haar enige uitstapje was het jaarlijkse uitje naar bedevaartplaats Wittem, nu loop ik naar Wittem als eerbetoon voor haar.

België
België heeft voor iets dubbels. Het chaotische qua infrastructuur en huizenbouw, het lijkt eigenlijk nergens op. Maar het taaltje, het caféleven en de mensen zijn bijzonder. Wandelen in België is net zo. Het valt dat de wandelvoorzieningen niet consistent zijn, hier wel en daar weer niet. En over het algemeen is het onderhoud en de landinrichting matig, je ziet het aan de bossen en de beperkte hoeveelheid beschermde natuurgebieden. Eigenlijk doen ze maar wat.


Achtergrondinformatie
Abeek
De Abeek, vroeger ook Molenbeek genoemd, is een zijrivier van de Maas. ontspringt op het Kempens Plateau op een hoogte van ongeveer 80 m. De bron ligt in Wijshagen op de Donderslagse Heide, onderdeel van een groot militair schietterrein. Vanaf hier stroomt ze al meanderend naar het noorden. Op de Abeek staan en stonden een aantal watermolens. In het verleden was het dal van de Abeek vooral in gebruik als hooiland. Buiten het dal was er woeste grond, gebruikt voor het grazen van schapen, waarvan mest werd gewonnen via de potstal. Later zijn deze gronden met dennen beplant ten behoeve van de productie van mijnhout.

Beek
Het dorp Beek is een deelgemeente van Bree. Beek werd voor het eerst vermeld in 1155 en is vernoemd naar de Abeek die ten noorden van Beek stroomt. Tegenwoordig is Beek vrijwel vastgebouwd aan de kom van Bree. Bezienswaardigheid is de Sint-Martinuskerk, met een toren in Ottoonse bouwstijl en een gotisch schip. De kerk bevat een aantal beelden, waarvan de oudsten uit ongeveer 1300 stammen.


Bree
De oudste schriftelijke vermelding is Britte (1007) maar algemeen wordt aangenomen dat hiermee nog niet gedoeld werd op een nederzetting, maar op een ruimer gebied waartoe ook Beek behoorde. Mogelijk moet Britte geïnterpreteerd worden als ‘het gebied rond de brede Aa’, waarbij ‘Aa’ een veel voorkomende waternaam was maar hier waarschijnlijk betrekking had op de Abeek. Bezienswaardigheid is de Sint-Michielskerk, met zijn Romaanse klokkentoren uit de14e eeuw. De oudste gedeelten van het kerkgebouw dateren uit ± 1450 maar werden gerestaureerd en vergroot omstreeks 1900. Het plein achter de kerk heet het Vrijthof, een verwijzing naar het verdwenen kerkhof. In het midden ligt een fontein, de Wandelfontein, die herinnert aan een verdwenen waterput en verdwenen waterpomp. De openbare putten en pompen in de stad bleven in gebruik tot de aanleg van waterleidingen in 1938. De oude stadswal is nog herkenbaar in het stadspatroon. De contouren van de stadspoorten en verdedigingstorens zijn zichtbaar gemaakt in het wegdek.


Pollismolen
De molen ligt landschappelijk aan de Wijshager- of Eetsevelderbeek. Deze onderslagwatermolen met een authentiek en monumentaal houten binnenwerk werd reeds in 1078 vermeld. Het huidige gebouw en binnenwerk dateert ongeveer van 1870. Bovendien beschikt de molen over enkele bijzondere attributen zoals een scherpmachine (patent 1888) voor blauwe steen en een bijzondere oude blauwe molensteen met opmerkelijke en fraaie in de steen uitgekapte versieringen.

Solterheide
De Solterheide ligt op het Kempens Plateau tussen Opitter en Neerglabbeek in de Belgische provincie Limburg. Het is onderdeel van de Duinengordel en daarmee ook onderdeel van het Nationaal Park Hoge Kempen. De Duinengordel is een uitgestrekt heide-, bos- en duinenlandschap. De landduinen in het gebied hebben een uitzonderlijk reliëf door hun uitgestrekte lengte en hoogte. Het grootste deel van Duinengordel werd vanaf de negentiende eeuw bebost met naaldbomen ten behoeve van de mijnbouw. De Solterheide werd bedreigd door zand- en grindwinning, die hier heeft plaatsgevonden waarna in reactie hierop in 1990 het Natuurbehoud Actie Neerglabbeek (NAN) werd gevormd. De plannen voor verdere winning werden uiteindelijk opgeschort. De Solterheide bestaat vooral uit naaldbos, maar daarnaast zijn er ook akkers, houtwallen en kastanjelanen.

Itterbeek
De Itterbeek is een zijrivier van de Maas die stroomt door de provincies Belgisch- en Nederlands-Limburg. Tot 1950 staat ze plaatselijk ook wel bekend als Molenbeek. Tot 1900 vond men langs de beek een groot aantal watermolens die zowel graan als olie malen. De Itterbeek ontspringt op het Kempens Plateau. Het Itterdal wars lange tijd in gebruik als hooiland, maar vanaf ongeveer 1950 werd dit beheer gestaakt en ontwikkelde er zich een elzenbroekbos. In het uiterste oosten van dit gebied, ter hoogte van de kom van Opitter, sluit het Kasteelpark Opitter bij het natuurgebied aan. Hier beginnen, evenals bij de Pollismolen, een aantal wandelingen door het gebied. Het Kasteelpark, tegenwoordig voor het publiek toegankelijk, is aangelegd in Engelse landschapsstijl en behoorde bij een 19e-eeuws kasteeltje.


































