Zuiderwaterliniepad – Terheijden-Oosterhout – Wandelen van de Linie van den Hout naar de Vrachelse Heide

De Linie van den Hout, een zigzaggende linie en een prachtig wandelgebied

OOK IN OOSTERHOUT ZIJN DE BOSSEN EN VELDEN VAAK HET STRIJDTONEEL GEWEEST VAN OORLOGEN. HET WANDELPAD VOERT LANGS ENKELE VERDEDIGINGSWERKEN DIE NOG ZICHTBAAR ZIJN IN HET LANDSCHAP, ZOALS DE LINIE VAN DEN HOUT, DE RUÏNE VAN STRIJEN EN DE SCHANS BIJ HET PANNENHUIS. DE LINIE VAN DEN HOUT IS EEN ZIGZAGGENDE LINIE EN VOORMALIG INUNDATIEGEBIED, IN HET BEGIN VAN DE 18E EEUW AANGELEGD DOOR MENNO VAN COEHOORN. VANDAAG DE DAG IS DE LINIE EEN PRACHTIG RECREATIEGEBIED EN PRACHTIG WANDELGEBIED.

Net op de dag dat de shortlist bekend is gemaakt van mooiste wandelroute van het Jaar, wandel ik over het Zuiderwaterliniepad. Dit pad hoort niet tot de shortlist en daar ben ik het volledig mee eens. Er is heel veel verhard, de routegids is erg gebruiksonvriendelijk voor wandelaars en er worden soms geforceerde keuzes gemaakt om een gedeelte van het thema, de Zuiderwaterlinie, te bezoeken. De wandeling gaat grotendeels door het grote poldergebied tussen Terheijden en Oosterhout, een stuk langs het Markkanaal met op het eind bij Oosterhout de Vrachelse Heide. Er zijn mooiere etappes.

De Linie van den Hout

De Linie van Den Hout vormt een natuurgebied van dat eigendom is van Staatsbosbeheer. Samen met de Spinolaschans en de Linie van de Munnikenhof beslaat het gebied 42 ha. De linie bevindt zich tussen Den Hout en Made. Het betreft een vervallen stelsel van aarden wallen en grachten, in 1701 aangelegd door Menno van Coehoorn in de tijd van de Spaanse Successieoorlog. Ze maakte deel uit van de Zuiderfrontier. De linie werd, vanwege haar zigzagvorm, een getenailleerde linie genoemd. Het was onderdeel van een stelsel verdedigingswerken tussen Breda en Geertruidenberg. Uiteindelijk werden hier drie redoutes aangelegd. Vanaf 1830 gaf Defensie toestemming om de, voordien kale, wallen met eiken te beplanten. De boeren gebruikten deze voor geriefhout. Aldus ontstond een oud bos. In 2004 werd in het oosten van de schans een deel van de eiken gekapt om de zigzagvorm weer beter zichtbaar te maken.

Je zet de Linie al van ver liggen, het landschap is verder open, een poldergebied tussen Geertruidenberg, Oosterhout en Terheijden. Al wandelend zigzag je over een kleine wal tussen de bomen en de begroeïng door. Het is niet bijster imposant en wonderlijk dat het in die tijd zo een belangrijke schakel was in de Zuiderwaterlinie.

De Vrachelse Heide

De Vrachelse Heide is een voormalig heide- en stuifzandgebied in de gemeente Oosterhout in de provincie Noord-Brabant. Het is gelegen ten zuidwesten van Oosterhout tussen de Zandwinplas en de Warandeplas. Het is tegenwoordig grotendeels beplant met grove den. De Vrachelse Heide is 149 ha groot en eigendom van Defensie. Het gebied bestaat overwegend uit naaldbos met hier en daar resten heide- en stuifzandgebied. Alleen het oostelijk deel heeft zijn oorspronkelijk reliëf goed bewaard. Daar is ook meer gemengd bos te vinden en is eikenstruweel aanwezig. Dit is vroeger door boeren aangeplant om het stuifzand te beteugelen en ten behoeve van geriefhout. Dit bevindt zich op de hoogste stuifzandruggen. Er komen een aantal min of meer zeldzame planten- en diersoorten voor zoals grasklokje, zwarte specht en gekraagde roodstaart.

Het gebied is vernoemd naar de nabijgelegen buurtschap Vrachelen. Bewoning was hier al vroeg aanwezig. Vanaf het Laat-Neolithicum zijn sporen van menselijke aanwezigheid gevonden, vooral in de nabijgelegen Houtse Akkers, met de kern Den Hout. Heidevorming vond plaats vanaf ongeveer het jaar 1000, toen de bevolking toenam en de woeste gronden nodig waren voor bemesting volgens het potstalprincipe. Later waren meer ontginningen nodig. In de 16e en 17e eeuw werd de heide zozeer benut dat hier en daar de begroeiing verdween en stuifzanden ontstonden. Geleidelijk aan begon men met herbebossing, voor de Vrachelse Heide zal dit vanaf de eerste helft van de 19e eeuw hebben plaatsgevonden. Wandelen over de Vrachelse Heide is in de winter niet het hoogtepunt van wandelen. Het haakse padenpatroon en de eentonig bomensamenstelling biedt weinig variatie, al is het wel een rustpunt in de omgeving. Daar moet ik het mee doen, op naar Oosterhout.

Oosterhout

De naam Oosterhout zou verwijzen naar het feit dat de plaats ten oosten ligt van het nog bestaande kerkdorp Den Hout. Het eindpunt van deze etappe is Oosterhout is bekend wegens zijn ‘slotjes’, kasteeltjes waarvan er nu nog vijf bestaan. In een van deze slotjes, De Blauwe Camer, wonen sinds 1647 de zusters Norbertinessen van Sint-Catharinadal, nadat de zusters gedwongen waren hun klooster in Breda te verlaten. Het plaatsje is gezellig en volop in onwikkeling, knus, en de bus brengt je via Breda weer terug in Terheijden.

GA NAAR DE KAART

Geef een reactie